Onlangs is Samuel Huntington, politicoloog aan Harvard University, overleden. Huntington kreeg vooral bekendheid door zijn "The Clash of Civilizations", dat in 1997 in Nederlandse vertaling verscheen onder de titel 'Botsende beschavingen'. Cultuur en conflict in de 21e eeuw'. In zijn boek stelt Huntinton dat de 21e eeuw de eeuw van botsingen tussen culturen kan worden; dit in tegenstelling tot de 20e eeuw, waarin het ging om een botsing tussen met elkaar conflicterende ideologieën.
Terwijl Francis Fukuyama met de val van de muur de overwinning van het liberalisme en daarmee het einde van de geschiedenis proclameerde, stelt Huntington dat er een nieuwe fase in de wereldpolitiek is aangebroken die gekenmerkt wordt door een botsing van culturen. De belangrijkste conflicten zullen niet economisch of ideologisch van aard zijn, maar cultureel.
Huntington schrijft in het voorwoord van 'Botsende beschavingen' dat zijn boek niet bedoeld is als een sociaal-wetenschappelijk werk, maar als een paradigma, een 'loep om internationale ontwikkelingen mee te bekijken die meer zinvol en bruikbaarder is dan een ander paradigma'. Oorlogen tussen nationale staten of ideologieën zijn volgens Huntington verleden tijd, de nieuwe wereldorde zal volgens hem gedomineerd worden door het Westerse model enerzijds, en het Chinese en islamitische model anderzijds. Huntington typeert het idee van een universele beschaving als een typisch westers product. 'Het beeld van een universeel Westerse wereld in opkomst is misplaatst, arrogant, onjuist en gevaarlijk', schrijft hij.
Huntington waarschuwde ervoor om de modernisering van een beschaving niet te verwarren met een verwestersing van een beschaving. Hij wees daarbij ondermeer op China, waar een oude beschaving in hoog tempo aan het moderniseren is zonder daarbij één op één de westerse waarden van democratie en mensenrechten over te nemen.
Met zijn analyse geeft Huntington mijns inziens een aantal waardevolle en bruikbare gezichtspunten. Tegelijkertijd zit daar voor mij ook het spanningsveld. In een steeds kleiner wordende mondiale wereld zijn we op elkaar aangeweze. We zullen op de een of andere manier samen verder moeten op onze planeet. Komen we dan verder met het benadrukken van (onoverbrugbare) verschillen tussen culturen? In hoeverre verscherpt de analyse van Huntington (onnodig) de overigens onmiskenbaar aanwezige verschillen? Blijven we in zijn redeneertrant niet juist steken in wat landen en culturen scheidt?
Zowel jodendom als christendom kennen universalistische tendensen. Tegelijkertijd gaat in de christelijke traditie dat universalisme samen met een besef van pluralisme. Pluralisten kunnen onderscheid maken tussen algemeen geldende regels en regels die per persoon of per land kunnen verschillen. Een dergelijke pluralistische moraal biedt meer vrijheid voor tradities en individuele wensen en behoeften. Zie voor een uitgebreidere argumentatie bijvoorbeeld Gijs Dingemans, In vredesnaam. Religie in een democratische samenleving, Kok, 2007). In een dergelijke pluralistische samenleving zullen 'trouw en waarheid elkaar omhelzen, recht en vrede elkaar begroeten met een kus' (Psalm 85:11 NBV).
"De mensheid heeft geen keuze: zij moet manieren ontwikkelen om de culturele en religieuze pluraliteit te erkennen als een permanent sociaal gegeven en om het elkaar bestrijden om te zetten in communicatie en samenwerking". (Konrad Raiser, 1998)